Il Grand' Inquisitor

Italië in Oxford

Het Oxford Song Festival gaat weliswaar nog een week door, maar gisteren was voor mij de laatste dag hier, een dag met Italië als rode draad. Het was een goed gevulde dag met een lezing en drie concerten.


(foto © Pali Alvarez)

De dag begon in de Weston Library met een toelichting door Roger Parker over de liederen van Donizetti. Opera Rara heeft recent alle liederen opgenomen op acht CD's met zangers als Nicola Alaimo, Michael Spyres of Marie-Nicole Lemieux. Professor Parker was de onderzoeker van dienst, aangezien veel van Donizetti's liederen nooit gepubliceerd werden. Een groot aantal manuscripten uit de Medici-collectie was zelfs op een of andere manier in de archieven van een Oostenrijks klooster terechtgekomen. Donizetti, geboren in 1797 en daarmee de exacte tijdgenoot van Schubert, schreef ongeveer 200 liederen. Daar zijn veel eenvoudige liederen bij die ook door amateurs gezongen kunnen worden, maar het grootste en belangrijkste deel van zijn liedoeuvre schreef hij in de periode na 1837 toen hij naar Parijs verhuisde na het overlijden van zijn vrouw.

De lezing kreeg een vervolg in de Holywell Music Room waar de Argentijnse bariton Germán Enrique Alcántara en pianiste Anna Tilbrook een aantal van Donizetti's liederen uitvoerden. Ze combineerden die met Argentijnse liederen, al was het evenwicht wat zoek met amper zes Donizetti-liederen tegenover meer dan dubbel zoveel Argentijnse liederen. Ze hadden de liederen ingedeeld in kleine thematische groepjes: over wanhoop, over eenzaamheid, liederen over de maan, ...

Alcántara kan verschillende stemmen oproepen, zowel op het vlak van kleur als expressiviteit. Zijn bariton klinkt vol en warm in Odi d'un uom che muore. Ik kan me hem zo in de lyrische Verdi-partijen voorstellen. Maar ook een dramatisch lied als Si tu m'as fait à ton image, dat zo uit een Donizetti- of Meyerbeer-opera zou kunnen komen, stelt geen problemen. De combinatie van arioso, een finaal gesproken "la mort" en een uitstervende piano-epiloog zorgden voor een kippenvelmoment.

Met de keuze van Argentijnse liederen kregen we een mooi beeld van het kunstlied in Argentinië... en het bewijs dat het niet alleen tango's zijn die daar gecomponeerd werden. Canción al arbol del olvido van Alberto Ginastera is zo'n voorbeeld van een treurig lied - "pensaba en vos otra vez, pues me olvidé de olvidarte" (ik dacht aan jou, want ik vergat je te vergeten) - dat recht naar het hart gaat. Met La lune ontdekken we dat het bekende Verlaine-gedicht "La lune blanche luit dans les bois" ook zijn weg gevonden heeft naar Zuid-Amerika. Julián Aguirre maakte er een mooie versie van, ondanks een wat ongelukkige prosodie in de eerste strofe. Op het einde van het recital kregen we toch nog een tango van Astor Piazzolla, het ontroerende Juanito Laguna ayuda a su madre. Voor het enige bisnummer gingen ze even de grens over naar Brazilië voor een laatste maanlied...

We kennen Bryan Benner als de zanger, gitarist en drijvende kracht achter The Erlkings en zijn Engelstalige versies van Schubertliederen. Maar hij vormt ook een duo met de gitarist Václav Fuksa. Voor het middagrecital brachten ze een concert met Napolitaanse "canzoni d'amore" in de arrangementen van Fausto Cigliano en Mario Gangi. Benner en Fuksa speelden trouwens op de gitaren van dit Italiaans gitaarduo... hoe die gitaren in hun bezit gekomen zijn, werd uitvoerig door Benner verteld. Naast gitarist en zanger is hij namelijk ook een vermakelijke causeur die alle liederen aan elkaar praat.

La scarpetta, naar verluidt over "verliefde schoenen", zet meteen de toon voor het recital. In het eeuwenoude Fenesta vascia passeert een vaas met tranen. De Vesuvio van Benedetto Calvaruso is een bruisende tarantella en met Rodolfo Falvo's Comm' è bella 'a stagione schijnt de zomerse zon binnen in de Holywell Music Room. En net zoals eerder dit jaar in Zeist krijgt hij heel de zaal aan het zingen. Eerst het eenvoudig refreintje van Michelemmà, maar ook de iets uitdagendere La tarantella van Francesco Florimo.

Het programma was iets vroeger gedaan dan voorzien en dus kregen we nog een aantal bisnummers, waaronder Let beauty awake. Benner is blijkbaar bezig om "Songs of Travel" van Vaughan Williams te bewerken voor twee gitaren.


(foto © Clive Barda)

Het avondrecital begon met het jonge liedduo Gabriella Giulietta Noble en Jasmin Allpress. Hun openingslied, het middeleeuwse Maria-lied Amours, u trop tard me suis pris van Blanche de Castille, hadden ze zelf bewerkt. De pianopartij vertrekt vanuit één noot, maar zwelt gestaag aan tot luide kerkklokken in de derde strofe - "com li hom a des delis ki de vous amer est espris" - om terug te keren tot die ene noot en een neuriënde Noble. Het lied gaat op een logische wijze over in Le sourire van Messiaen en Janaceks Tíha. Nannas Lied was nadien een wat vreemde keuze om mee af te sluiten... ook omdat Noble precies niet goed leek te weten welke richting ze uitwilde met haar lichte mezzo en Kurt Weills lied in verschillende stijlen probeerde te zingen.

Het Italienisches Liederbuch blijkt een populair festivalnummer te zijn dit jaar, ook het Liedfestival Zeist opende ermee. Al dan niet toevallig, gebruikten ze in Oxford dezelfde liedvolgorde als in Zeist, waarmee kleine verhaaltjes verteld worden en interactie tussen de twee zangers gestimuleerd wordt.

En net zoals in Zeist zong Katharina Ruckgaber de vrouwenrol. Ik moet mijn mening over haar spijtig genoeg niet bijstellen. Verschillende liederen worden ontsierd door haar gebrekkige hoogte. Die klinkt schriel in Verschling' der Abgrund, of onzuiver in Wohl kenn ich Euern Stand, en worden lelijke, witte sireneklanken in Mir ward gesagt. Soms twijfel ik ook aan haar intonatie, zelfs in Ich hab' in Penna. Maar met haar interpretatie en theaterinstinct is er niets aan de hand. Ze kijft goed in Wer rief dich denn?, zingt een charmante Mein Liebster ist so klein of is koket in Ich esse nun mein Brot.

Johannes Kammler heb ik de eerste keer gehoord toen hij in 2013 als piepjonge bariton reeds in Oxford optrad. Zijn stem is ondertussen een stuk rijper en steviger geworden, waardoor hij bijvoorbeeld een brede "Orvietos Dom" kan evoceren in Ihr seid die Allerschönste. Maar in forte heeft hij af en toe brulneigingen, zoals in Dass doch gemalt. In het algemeen is hij een uitstekende liedvertolker met een smachtende liefdesverklaring in Heb auf dein blondes Haupt, goed onderscheiden stemmen in Geselle, woll'n wir uns in Kutten hüllen of een ontroerende Und steht Ihr früh am Morgen auf. Hij schitterde ook in het serieus trio van Sterb' ich, Benedeit die sel'ge Mutter en Der Mond hat eine schwere Klag' erhoben.

Maar het was de onvolprezen Imogen Cooper die voor mij de ster van de avond was. Ze is een liedpianiste buiten categorie, het is simpelweg wonderbaarlijk wat ze uit een piano kan halen. Er zijn natuurlijk de evidente zaken... zoals de ezel in Schweig' einmal still, of de geniaal-dilettante violist in Wie lange schon, of hemelse harpklanken "wie goldne Fäden" in Und willst du deinen Liebsten sterben sehen. Maar het is in O wär' dein Haus durchsichtig wie ein Glas dat opvalt hoe transparant en helder haar pianospel is in dit lied, en bij uitbreiding in het volledige Liederbuch. Daarnaast speelt ze de gebalde akkoorden van Wie soll ich fröhlich sein zonder de zangers te overstemmen. En dan zijn er van die details zoals het "Kreuzes Zeichen" in Und steht Ihr früh am Morgen auf. Een verbluffend mooie uitvoering, waarbij ik mezelf vaak betrapte dat ik meer naar haar zat te luisteren dan naar de zangers. Dit was mogelijk de laatste keer dat ik haar gehoord heb, aangezien ze aangekondigd heeft dat ze volgend jaar afscheid zal nemen van het podium...

Daarmee werd mijn week in Oxford beëindigd. Onder de verschillende Europese liedfestivals (Schubertiade, Zeist, Heidelberg, ...) is het Oxford Song Festival toch een speciaal festival. Niet alleen omwille van de omvang - ik hoorde op acht dagen twintig liedrecitals, naast zeven andere activiteiten (lezingen, lezing-recitals, een compositie-workshop, ...) - maar ook omwille van de aangename sfeer, de locatie, en de breedte van het liedrepertoire dat aangeboden worden. Ze zijn in 2002 begonnen als een Schubertfestival, dus kijk ik vooral uit naar wat ze voor het Schubertjaar in 2028 plannen...

Publicatie: zaterdag 17 oktober 2026 om 11:37
Rubriek: Liedrecital