Italienisches Liederbuch in Zeist
Na de recente start van het gouden jubileum van de Schubertiade viert ook het Liedfestival Zeist een jubileum... 10 kaarsjes staan er op de taart. Het festival werd gisteren feestelijk geopend met een uitvoering van het Italienisches Liederbuch.

(foto © Nicky Webb)
Op het podium stonden de artistieke leiders, Henk Neven en Hans Eijsackers, die weerwoord kregen van de Duitse sopraan Katharina Ruckgaber. Ze hebben er een onderhoudend spektakel van gemaakt. Aan de ene kant van het podium was een groen plantenhoekje ingericht - het thema van het festival dit jaar is "Terug naar de natuur" - aan de andere kant stond een sofa. Op een scherm boven de piano werden de Nederlandse vertalingen van de liederen door Meinard Kraak geprojecteerd. Een en ander zorgde voor een semi-scenisch liedrecital met veel interactie.
De volgorde van de liederen werd aangepast om verschillende samenhangende verhaaltjes te vertellen. Het is "toevallig" dezelfde volgorde die terug te vinden is op de opname met Damrau en Kaufmann. In een eerste groepje liederen probeert een schuchtere jongeling het meisje te verleiden, als Hij op het einde van Gesegnet sei, durch den die Welt entstund haar schaapachtig aankijkt... "Er schuf die Schönheit und dein Angesicht". Zij repliceert met een onverschillige Gesegnet sei das Grün. Halverwege de eerste helft escaleert het in een heen-en-weer-gekijf, waarbij op een slimme manier Geselle, woll'n wir uns in Kutten hüllen ingevoegd wordt als een teken van nakende ontrouw, waarop Zij uit haar kram schiet met Verschling' der Abgrund.
De situatie kalmeert met het laatste lied voor de pauze Wenn du, mein Liebster, steigst zum Himmel. Het lied is ook een bruggetje om het eerder spiritueel blokje aan te kondigen waarmee het tweede deel begint. Maar vanaf Ihr jungen Leute zijn we terug bij de prille liefde tegen de achtergrond van oorlog en dood... Sterb' ich, so hüllt in Blumen meine Glieder. Het recital werd afgesloten met een komische noot, van Mein Liebster ist so klein (waarbij Zij op het einde voorover buigt en haar kleine geliefde kust) tot uiteraard Ich hab' in Penna.
Katharina Ruckgaber is een nieuwe naam voor mij, maar ze kon me toch niet echt overtuigen. Auch kleine Dinge klonk te gecontroleerd, gezongen met een witte stem die naar mijn aanvoelen niet helemaal juist zit. Aanvankelijk dacht ik dat haar stem misschien nog niet helemaal opgewarmd was, maar als ze 45 liederen later het recital afsloot met Ich hab' in Penna was er amper verbetering merkbaar. Haar lichte sopraan heeft nochtans voldoende kleuren, haar tekstexpressie is uitstekend en ze weet hoe ze het karakter van elk lied moet uitdrukken, met bijvoorbeeld een schitterende Wie lange schon overladen met grappige pathos. Maar voor de dramatische liederen zoals Verschling' der Abgrund of Was soll der Zorn moet ze haar stem teveel forceren.
Henk Neven zingt een overwegend bevlogen mannelijke protagonist, ondanks een paar vocale uitschuivers. Hij smacht heerlijk in Heb auf dein blondes Haupt of wentelt zich in zelfmedelijden in O wüsstest Du, wie viel ich deinetwegen. De grappige liederen doet hij ook goed. Zo zingt hij Ein Ständchen Euch zu bringen heel serieus waardoor het des te grappiger wordt. De twee karakters in Geselle, woll'n wir uns in Kutten hüllen worden vocaal goed onderscheiden met een lijzige vader versus een zelfverzekerde jongeling.
Bij Hugo Wolf speelt de pianopartij altijd een minstens even belangrijke rol. Hans Eijsackers kon zich uitleven in bravoure en virtuositeit met een indrukwekkende "begeleiding" van Verschling' der Abgrund of de evocatie van "das stumpfe Messer" in Mein Liebster hat zu Tische mich geladen. Maar zoals altijd in het Italienisch Liederbuch komt zijn "moment de gloire" op het einde van Wie lange schon als hij op geniale manier de dilettante violist uit de pianosnaren laat kruipen.
Publicatie: zaterdag 16 mei 2026 om 09:08
Rubriek: Liedrecital