Sophie Rennert in Hohenems
Gisteren hernamen Sophie Rennert en Joseph Middleton het tweede liedrecital van de eerste Schubertiade.

(foto © Schubertiade)
Op 9 mei 1976 brachten Christa Ludwig en Erik Werba een Schubertrecital dat in het eerste deel programmatorisch wat van de hak op de tak sprong.
Sophie Rennert zingt alle liederen met een hemelse mezzo en veel nuances, eigenschappen die ze volop inzet in een ballade als Der König in Thule of Nur wer die Sehnsucht kennst, waarin ze respectievelijk het lijden van de koning en Mignon op doorleefde wijze overbrengt. Ook haar gezicht vertelt een deel van het verhaal: een speelse glimlach voor Frühlingsglaube of een strenge blik voor Wehmut, waarin ze met een intens mezza voce mijn hart doorboort "... vertraut mit all' der Schönheit, die er schaut, entschwindet, und vergeht". Fischerweise wordt vaak in één ruk weggezongen, maar Rennert vindt verschillende aanknopingspunten om nieuwe kleuren op te vissen. Als de visser "singt zu seinem Werke aus voller frischer Brust" wordt ze even een stoere zeebonk, om daarna vooruit te wijzen naar Die Forelle. Voor het laatste lied voor de pauze kreeg ze het gezelschap van het vrouwenkoor "Vocalis" voor een uitvoering van het aanstekelijke Grillparzer-Ständchen.
Het tweede deel vertoonde meer eenheid, met liederen die ons in nachtelijke sferen brengen. In Im Abendrot gebruikte ze alle aspecten van het piano, dat zonder onderbreking overging in de twee Wandrers Nachtlieder. Met Dass sie hier gewesen blijft ze in dezelfde sfeer, om lichtvoetiger te eindigen met An die Nachtigall waarin ze de nachtegaal vraagt om haar "Amor" niet wakker te zingen. Uit de laatste strofe van Die Forelle blijkt haar verontwaardiging voor de "Fischer mit der Rute". Quasi-expressieloos hypnotiseert ze als de dood in Der Tod und das Mädchen om met Du bist die Ruh een sterk staaltje van stembeheersing af te leveren.
Met twee bisnummers, Der Zwerg en Willkommen und Abschied, maakte ze nog even reclame voor "Irrlichter", haar gloednieuwe Schubert-CD.
Op de Schubertiade wordt ook kamermuziek uitgevoerd. Ook in 1976 was dat al het geval, met op 10 mei een optreden van het Melos Quartett. Gisteren bracht het Mandelring Quartett hun programma, met late strijkkwartetten. De tiener Schubert had al een aantal strijkkwartetten voor huiselijk gebruik gecomponeerd, maar had al sinds 1816 het genre links laten liggen toen hij in 1820 de draad weer opnam, al werkte hij die hernieuwde poging niet af. Het eerste deel werd bekend als de Quartettsatz (D703), wat gisteren het programma opende. Daarna volgden nog de twee grote strijkkwartetten uit 1824, Rosamunde en Der Tod und das Mädchen. Het Mandelring Quartett kon me niet echt overtuigen. Hun uitvoering kwam vrij aggressief over en had weinig Weense sfeer.
Beide concerten worden op 5 mei uitgezonden op Ö1.
Publicatie: vrijdag 1 mei 2026 om 10:34
Rubriek: Liedrecital