Il Grand' Inquisitor

Yevgenij Onegin in Aken

De nieuwe productie van Yevgenij Onegin in Aken is de moeite waard om er even de grens voor over te steken.


Lenski, Tatjana, Onegin (foto © Matthias Baus)

Regisseur Verena Stoiber plaatst de handeling wel in een iets ander kader. Aan het begin van de opera zit Onegin alleen op een stoeltje, een beetje buiten de actie. We zien Lenski drie keer sterven: tijdens de ouverture, aan het einde en nog eens op het gebruikelijke moment tijdens de opera. Het is alsof Onegin zijn daden overpeinst en hoe het zo ver is kunnen komen dat hij zijn onbeantwoorde liefde - Lenski dus - heeft kunnen doodschieten in het duel. Het is een overbodige toevoeging, die de voorstelling niet slechter maakt als ze zou weggelaten worden.

Alles speelt zich af in een eenheidsdecor van Clara Hertel, een houten steiger met daarachter een windmolen. In het eerste bedrijf ligt Olga te zonnen, Tatjana leest een boek, Larina en Filipjevna zitten op vouwstoeltjes naast een frigobox te keuvelen. Een zonnig dagje uit, terwijl het oogstkoor weerklinkt uit een meegebrachte radio. Ook het kersenplukkerskoor weerklinkt door de luidsprekers van het theater. De steiger wordt een lange tafel voor het naamfeest van Tatjana, en uiteraard de locatie voor het duel. Ook voor het laatste bedrijf blijven we rond die steiger hangen, en dus niet in het paleis van Gremin. Het is winter en de polonaise wordt vervangen door twee kunstschaatsters die rondjes draaien op het ijs. Gremin, met een baby in een draagbuidel op zijn borstkas, stelt Onegin aan zijn schaatsende vrouw voor. Onegin stort in terwijl Lenski voor de derde keer het duel verliest.

Het succes van deze voorstelling is grotendeels te danken aan de opmerkelijk jonge bezetting van de vier protagonisten, die het allemaal heel geloofwaardig maakt. Larisa Akbari is een fantastische Tatjana die haar grote briefscène met veel nuance zingt. Jorge Ruvalcaba zingt Onegin met een mooie bariton, en beschikt ook over genoeg vocaal gewicht voor de dramatischere momenten van het derde bedrijf. Ángel Macías leek zijn stem wel teveel onder druk gezet te hebben tijdens het feest, waardoor zijn "Kuda, kuda" wat rauwig klonk. Sophie Kidwell zong Olga met een warme en egale mezzo. Irina Popova was tenslotte een overtuigende Madame Larina.

Publicatie: maandag 13 april 2026 om 08:49
Rubriek: Opera