Nicky Spence in Zeist
Nicky Spence en Julius Drake gaven gisteren een wisselvallig Frans-Engels recital bij het het Liedfestival Zeist...

(foto © Mel Boas)
Met enkel La bonne chanson voor de pauze was het eerste deel vrij kort. Paul Verlaine schreef de gedichten voor zijn vrouw Mathilde Mauté de Fleurville (voor hij aanpapte met Arthur Rimbaud). In de jaren 1890 selecteerde Fauré negen gedichten en verwerkte ze tot een cyclus die hij opdroeg aan zijn minnares Emma Bardac (die later met Debussy zou trouwen). Je zou deze cyclus de Franse tegenhanger van Schumanns "Myrthen" kunnen noemen.
Met zijn heldere tenor verheerlijkt Nicky Spence zijn liefde in Une sainte en son auréole en stroomt zijn hart over in Puisque l'aube grandit... "et vraiment je ne veux pas d'autre Paradis". Maar alhoewel Spence de partituur voor zich heeft, sluipen er toch talrijke taalfouten in zijn uitvoering zowel qua uitspraak als verkeerde woorden. Onbegrijpelijk. J'ai presque peur, en vérité was zelfs gewoon slordig. Het lijkt wel een eerste doorloop van een repetitiesessie. Af en toe zijn er wel mooie momenten, zoals het piano gedragen slot van Donc, ce sera par un clair jour d’été. Maar dan proberen ze weer alle snelheidsrecords te breken met L'hiver a cessé.
Een uitvoering om snel te vergeten.
Na de pauze nam een strijkkwartet (bestaande uit Lonneke van Straalen, Margot Kolodziej, Laura Kieboom en Jan Bastiaan Neven) plaats voor de uitvoering van Crisantemi. Het is een kort werkje dat de jonge Puccini schreef ter gelegenheid van het overlijden van de Spaanse koning Amadeo I (tevens zoon van de Italiaanse koning Vittorio Emanuele II). De beschikbaarheid van dit strijkkwartet roept meteen een andere vraag op, want in 1895 heeft Fauré ook een versie van La bonne chanson geschreven voor piano en strijkkwartet. Ik had dus eigenlijk verwacht dat ze voor deze versie zouden gekozen hebben. Het lijkt een gemiste kans. Daarenboven had het Drake en Spence misschien kunnen dwingen om iets meer geconcentreerd te zijn.
Die concentratie was er wel voor On Wenlock Edge. Het is een mooie cyclus van Ralph Vaughan Williams bestaande uit zes liederen uit "A Shropshire Lad" van A.E.Housman, waarbij het strijkkwartet voor extra sfeer zorgt. In het eerste lied On Wenlock Edge evoceren de strijkers de wind die door de bossen giert. From Far, from Eve and Morning begint prachtig met enkel pianobegeleiding - mooi beheerst uitgevoerd door Drake - waarna de strijkers voor een magisch moment zorgen. In het aangrijpende Is My Team Ploughing zorgen de strijkers voor een groot contrast tussen de twee mannen, terwijl Nicky Spence op magistrale manier de spanning opdrijft tot "Yes, lad, I lie easy". Na het satirische miniatuurtje Oh, When I Was in Love with You komt met Bredon Hill het hoogtepunt van de cyclus waarin kerkklokken oproepen tot de zondagsmis, maar ook een begrafenis... wat een mysterieuze weerklank vindt in de strijkers. De cyclus werd afgesloten met een prachtige natuurschildering van de vallei van de Clun.
Een uitvoering om te koesteren.
Na de natuur van Shropshire en omstreken, eindigden Drake en Spence met een lichtere toets en de menselijke natuur. Oftewel, zoals Spence het aankondigde, liederen over "love, lust and other activities" met een jazzy The Girls of Summer of een swingende Love is in the air, allebei van Stephen Sondheim. Een verrassend slot was het hilarische Poisoning Pigeons in the Park... dit moet de eerste keer zijn dat ik een song van Tom Lehrer in een liedrecital hoor.

De dag was echter iets onschuldiger begonnen met het scholenproject... al is het sowieso maar een kleine stap van duiven in een park naar Een wereld vol insecten. Het Liedfestival heeft ook een sterke educatieve werking die het festival ook verankert in de stad Zeist. Ze werken samen met verschillende basisscholen in Zeist om de leerlingen te laten zingen en hen specifieke liederen aan te leren. Eerder deze week konden we zo het resultaat van de laagste klassen horen in de bibliotheek van Zeist.
Maar gisteren was er de apotheose voor de leerlingen van het vierde tot zesde leerjaar. De Broederkerk zat letterlijk stampvol met 270 leerlingen (en dan ook nog eens evenveel (groot)ouders) uit vijf scholen voor "Erik of het klein insectenboek". De voorstelling begon met het speciaal hiervoor gecomponeerde lied Was ik maar een duizendpoot van Anne-Maartje Lemereis op een tekst van Mary Heylema, uitgevoerd door het 270-koppige ad hoc kinderkoor... ontroerend en indrukwekkend tegelijkertijd.
Daarna werd het verhaal van Godfried Bomans opgevoerd door de acteur Eric Borrias, schitterend hoe hij in de huid van Erik kruipt, en ook alle andere rollen van wespen, vlinders of andere bromvliegen vertolkt. Af en toe wordt het verhaal onderbroken voor een lied, vaak met de vijf scholen tegelijk, maar elke school heeft ook een eigen lied ingestudeerd. Een bevlogen Annemiek van der Ven leidt alles in goede banen, zelfs als ze hen een driestemmige canon laat zingen.
Dit concert werd afgesloten met een laatste uitvoering van Was ik maar een duizendpoot, waardoor die aanstekelijke melodie de rest van de dag in mijn hoofd bleef spelen... tenminste tot dit verdreven werd door Tom Lehrers Masochism Tango, het bisnummer van Nicky Spence en Julius Drake.
Publicatie: zaterdag 23 mei 2026 om 09:51
Rubriek: Liedrecital