Alastair Miles in Buxton
Mijn week in Buxton werd afgesloten met een gevarieerd liedrecital in St John's Church met de bas Alastair Miles en pianiste Marie-Noëlle Kendall.

Tot nu toe, heb ik Alastair Miles een paar keer in opera gehoord maar nog nooit in liederen. Het blijkt ook niet meteen zijn natuurlijk habitat te zijn. Hij geraakt op geen enkel moment los van de partituur, hij geeft ook een oncomfortabele indruk en zingt vaak te gechargeerd.
Ze begonnen met Brahms' Vier ernste Gesänge en hij laat wel meteen een mooie basdiepte horen in Denn es gehet dem Menschen. Er zijn mooie momenten, zoals een mooi vertraagd en gedragen "Und der noch nicht ist, ist besser, als alle beide" in Ich wandte mich. Maar O Tod laat weinig indruk na, en Wenn ich mit Menschen was dan weer een tikkeltje te snel naar mijn smaak.
De geschiedenis van Jacques Iberts Quatre chansons de Don Quichotte is genoegzaam bekend. Voor de film "Don Quixote" uit 1933 moesten een aantal liederen gecomponeerd worden voor Chaliapin. De opdracht werd tegelijkertijd aan Ravel en Ibert gegeven. Ibert was eerst klaar en zijn liederen werden dan ook gebruikt in de film... al horen we tegenwoordig in liedrecitals vaker die van Ravel.
De liederen van Ibert hebben iets meer Spaanse kleuren, vooral in de piano, wat Kendall uitstekend naar voor brengt. Miles zingt goed Frans, maar heeft problemen met de melismen van onder andere Chanson du départ de Don Quichotte. Het Chanson du Duc wordt weggezongen, maar zijn piano-zingen in Chanson de la mort de Don Quichotte zorgt wel voor een ontroerend moment... of zou het toch mijn herinnering aan de onovertroffen José Van Dam zijn die me hier parten speelde ?
Na de pauze kwamen we op minder bekend terrein, met eerst de drie Rückert-liederen uit Richard Strauss' Vier Gesänge (opus 87). Het zijn mooie gedichten over de vergankelijkheid van het leven, maar zoals vaak kan Strauss me niet overtuigen, enkel het tweede lied Und dann nicht mehr heeft potentieel. Vom künftigen Alter ligt het meest problematisch in Miles' stem. De hogere ligging van "Sind alle Freudenströme der Welt versiegt?" wringt tegen, en het forte slot klinkt niet mooi.
Om het recital te eindigen hadden ze vier liederen van Gerald Finzi op gedichten van Thomas Hardy uitgekozen. De grootste verdienste van dit recital is dat we deze prachtige en boeiende liederen effectief eens horen, wat buiten Engeland niet zo vaak gebeurt. Channel Firing is een ballade-achtig lied, dat Miles met veel expressie zong.
De laatste drie liederen kwamen uit de cyclus Earth and Air and Rain. We kregen een liefdevolle vertolking van To Lizbie Brown. The Clock of the Years begint met een gesproken tekst: "A spirit passed before my face; the hair of my flesh stood up." Meteen ben je als luisteraar geïntrigeerd... over een lied waarin de geest de tijd kan laten teruglopen maar niet stopt waar je wil... een dramatisch lied. Rollicum Rorum is de perfecte uitsmijter met een non-sensicaal refrein en een opeenvolging van uitzinnige zaken die moeten gebeuren vooraleer "little Boney he'll pounce down, and march his men on London town!" (met "Boney" wordt Napoleon bedoeld). Alastair Miles zong het spijtig genoeg veel te snel, waardoor de tekst amper te verstaan was.
Publicatie: zondag 26 juli 2026 om 14:59
Rubriek: Liedrecital