Christiane Karg in Schwarzenberg
Voor het namiddagrecital gisteren, hadden Christiane Karg en David Fray een volledig Schiller-programma samengesteld met veel onbekende en zelden gehoorde Schubertliederen.

(foto © Schubertiade)
Friedrich Schiller is een van de dichters die vooral de jongere Schubert geïnspireerd heeft; van de meer dan 40 Schillerliederen en -ballades zijn er maar een handvol na 1820 gecomponeerd. Zelfs de twee allereerste overgeleverde Schubertliederen ("Hagars Klage" en "Des Mädchens Klage") zijn op teksten van Schiller. Het is ook een dichter waar hij nooit mee klaar was. Van veel liederen bestaan meerdere versies. Dat was ook het geval voor de eerste drie liederen van het recital.
Het recital opende met de tweede versie van Des Mädchens Klage (D191 uit 1815, er is nog een eerdere versie D6 uit 1811/12, en een latere versie D389 uit 1816). Karg ontroert met de twee strofen als het meisje klaagt. Voor de tweede versie van Thekla (eine Geisterstimme) (D595) zoekt Karg die "Geisterstimme" en vindt die in een witte stem en met lange, trage, uitgerokken frases. Het werkt hypnotiserend, maar om dit gedurende zes strofen boeiend te houden is toch iets meer variatie nodig. Van Der Jüngling am Bache bestaan ook drie versies, waarvan we er twee hoorden. De laatste versie (D638) hoorden we voor de pauze, het is een veel serieuzere versie dan de eerste versie (D30) die we na de pauze hoorden. Persoonlijk vind ik die eerste versie charmanter. D30 werd trouwens door Dietrich Fischer-Dieskau als het eerste echte Schubertlied beschouwd... waaruit je impliciet kan concluderen dat alles wat Schubert ervoor componeerde niet de moeite waard zou zijn.
Nu, als je hun vertolking van de Leichenfantasie (D7) hoort, kan ik FiDi daarin wel volgen. Schubert heeft weliswaar voor veel variatie gezorgd in deze ballade, maar dat kwam er niet echt uit. Af en toe horen we wat opwinding, of laat ze etherische "Elysiums Lüften" horen, of krijgen we een bijtende "Eiskalt". Maar er ontbreekt te veel om de ballade gedurende 20 minuten boeiend te houden. Een groot deel heeft ook met de pianist te maken. Hij zit op een stoel en leunt regelmatig nonchalant achteruit, er komt amper klank uit zijn piano, zelfs als hij probeert forte te spelen lijkt het wel alsof er een deken op de snaren ligt. Eerdere uitvoeringen - die van Benjamin Appl in Hohenems of Ema Nikolovska in Zeist - toonden dat het ook anders kan... en dat FiDi dus niet altijd gelijk heeft.
Na een eerder ontgoochelend eerste deel, volgde gelukkiger een boeiender deel na de pauze. Zelfs Fray slaagde erin om de piano af en toe als een piano te laten klinken. Hoffnung sleepte nog wat, maar met een opgewekte An den Frühling (de tweede versie D587) zet ze haar charme in, "Willkommen, schöner Jüngeling". Sehnsucht (D636) was eigenlijk het enige echt bekende lied in het programma, maar ze sloten in stijl af met Elysium (met een slot dat even berucht is als dat van Ganymed). Alle expressiviteit die in sommige liederen wat ontbrak, waren nu wel op het appèl: zoals een dansante "Unendliche Freude" of een donderende "Dessen Fahne Donnerstürme wallte". Met Die Götter Griechenlands kregen we nog een Schiller-hit als toegift.
Publicatie: maandag 24 augustus 2026 om 08:17
Rubriek: Liedrecital