Il Grand' Inquisitor

Allison Cook in Buxton

Het is ondertussen acht jaar geleden dat ik nog eens op het Buxton International Festival was. Het festival begon al een goede week geleden. Ik sloot aan voor de laatste week, die gisterenavond begon met een liedrecital/concert van de "Twentieth-Century Din".


Allison Cook (foto © Beatriz Moreno)

Die "Twentieth-Century Din" is een nieuw opgericht ensemble onder leiding van dirigent Iwan Davies, met jonge muzikanten. De Cambridge Dictionary definieert trouwens "din" als "a loud and unpleasant noise or mixture of noises". Voor sommigen zal dat misschien ook een goede omschrijving zijn voor het eerste werk dat op het programma stond - Pierrot Lunaire - en verklaart waarschijnlijk waarom St John's Church meer dan half leeg was... ten onrechte.

Het is een werk dat ik enkel van een opname ken, maar nog nooit live gehoord heb. Het is een liedcyclus van 21 liederen (drie groepjes van zeven liederen) op gedichten van de Belgische dichter Albert Giraud, in het Duits vertaald door Otto Hartleben. Alle gedichten hebben dezelfde strakke vorm van een rondeau: drie strofen met respectievelijk vier, vier en vijf versen. Het eerste en tweede vers wordt telkens herhaald als zevende en achtste vers, en het eerste vers wordt op het einde nog eens herhaald.

Schoenberg componeerde het voor een uitgebreid kamermuziekensemble bestaande uit een piano, viool, altviool, cello, fluit/piccolo, (bas)klarinet, en uiteraard een zanger. Voor dit werk vond hij ook het Sprechgesang uit. Maar dat betekent niet dat het een melodrama werd, zeker niet in de uivoering gisteren met Allison Cook. We kennen haar uiteraard van haar recente Salome bij Opera Vlaanderen, en langer geleden van een totaal mislukt liedrecital in Brussel.

Ik was echter aangenaam verrast door haar vertolking van Pierrot Lunaire. Er was opvallend weinig Sprechstimme en toch veel gezongen lijnen. Ze heeft een breed bereik van een scherpe hoogte tot een warme en volle diepte. Tekstverstaanbaarheid was redelijk al zijn er nog altijd uitspraakfouten (het verschil tussen 'u' en 'ü' lijkt ze niet goed te kennen), maar veel minder dan vroeger. De tekst onderstreept ze vaak met aangepaste gelaatsuitdrukkingen of handbewegingen. Zo zien we een peinzende blik in Der Dandy - "Pierrot mit dem wächsernen Antlitz steht sinnend und denkt" - of maakt ze in Rote Messe een kruisteken... "mit segnender Geberde".

Op vocaal vlak drukt ze allerlei emoties en gevoelens uit. Zo legt ze sensualiteit in Eine blasse Wäscherin of geeft ze een melancholische toets aan Der kranke Mond. Na het sterk atonale eerste deel, krijgen we een donker tweede deel, ingezet met de lage tonen van cello en basklarinet. Cook maakt het Gebet an Pierrot eerder tot een klaaglied. Het derde deel is een stuk lyrischer en begint met een sentimentele Heimweh. Grappig is dan weer Serenade: de volledige eerste strofe - over Pierrot die op zijn "Bratsche kratzt" - wordt in het voorspel al uitgebeeld door een prachtige cellopartij.

Alhoewel het een cyclus is met 21 liederen, is hij toch relatief kort. Hij duurt ongeveer veertig minuten, uiteraard te weinig voor een avondvullend programma. Na de pauze werd dan de Vierde Symfonie van Mahler opgevoerd, in een versie voor kamerorkest van ene Erwin Stein. Iwan Davies dirigeerde nu een iets uitgebreider ensemble met vijf strijkers, drie houtblazers, percussie, piano en harmonium. Deze samenstelling geeft een speciaal koloriet aan de symfonie, waardoor de eerste beweging heel Weens klonk als een Schrammelorkest dat zo in een Weense Heurige zou kunnen optreden... best wel grappig. Voor het laatste deel hadden ze sopraan Jane Burnell uitgenodigd voor een mooie vertolking van Das himmlische Leben.

Publicatie: maandag 20 juli 2026 om 10:18
Rubriek: Liedrecital