Chorkonzert in Hohenems
Gisteren was een atypische dag op de Schubertiade: geen liedrecitals, maar wel twee concerten die een ander deel van Schuberts oeuvre belichtten.

(foto's © Schubertiade)
In het namiddagconcert trad het pianoduo Yaara Tal en Andreas Groethuysen op. Zij brachten een reeks vierhandige pianowerken, die op 11 mei 1976 ook uitgevoerd werden door Paul Badura-Skoda en Jörg Demus.
Voor het avondconcert verhuisden we naar St. Karl, de parochiekerk van Hohenems, voor een koorconcert met religieuze muziek dat op 12 mei 1976 door de Regensburger Domspatzen gezongen werd. Schuberts "Kirchenmusik" is een genre dat stiefmoederlijk behandeld wordt - concertprogrammatoren kijken vooral naar de muziek van Bach en een half dozijn requiems - maar het is prachtige muziek, ook al dateert het meeste uit Schuberts jonge jaren toen hij deze muziek vooral voor uitvoering in de kerk van Lichtental componeerde.

Het concert werd gisteren uitgevoerd door het Kammerchor Feldkirch onder leiding van Benjamin Lack. Terwijl de avondzon door de glasramen viel en het koor met een warme gloed omhulde, zetten ze a capella het Kyrie (D45) van de 16-jarige Schubert in. Het kamerkoor heeft een mooie klank, al klonken ze nog wat onzeker, zeker in de daaropvolgende driestemmige kanon Sanctus (D56) met enkel het 12-koppige mannenkoor. Voor het Deutsche Salve Regina werden ze begeleid door Johannes Hämmerle aan het orgel. Vijftig jaar voor Brahms blijkt Schubert ook al een Deutsches Requiem gecomponeerd te hebben, ook bekend als "Deutsche Trauermesse". Het is een werk met veel herhalingen, een paar interventies van koorsolisten, en veel mooie momenten... ik denk bijvoorbeeld aan het liedachtige "Zum Evangelium". Ook de Sechs Antiphonen zum Palmsonntag waren een ontdekking. Tot dan toe allemaal muziek waarmee ik niet vertrouwd was.
Dat veranderde met het tweede deel en Der 92. Psalm. Schubert schreef dit werk op een Hebreeuwse tekst voor Salomon Sulzer, de Weense hoofdcantor die daarenboven in Hohenems geboren was. Het is grotendeels een koorwerk, maar vraagt ook een solist... Salomon Sulzer zelf in 1828, Hermann Prey in 1976 en gisteren Konstantin Krimmel. De avond werd afgesloten met Schuberts Deutsche Messe, de versie met orkest (enkel hout- en koperblazers, aangevuld met pauken en een contrabas), in dit geval leden van het Symphonieorchester Vorarlberg... nog een werk dat in onze contreien amper te horen is, waaruit me vooral het "Schlussgesang" bijblijft.
Publicatie: zaterdag 2 mei 2026 om 11:25
Rubriek: Oratorium