Carolyn Sampson in Oxford
Voor het avondrecital in de Holywell Music Room, hadden Carolyn Sampson en Joseph Middleton gekozen om hun programma "Reason in Madness" te brengen.

(foto © Matthew Johnson)
Maar dit recital begon ook met een jong liedduo dat een kwartiertje kreeg om zich voor te stellen. De Zweedse Klara Solén en George Herbert begonnen met På reveln van Gösta Nystroem, wiens liefde voor de zee zich uitte in deze drie korte liederen. Ze sloten hun voorstelling af met Erntelied van Alma Mahler. Soléns mezzosopraan heeft een mooi en warm laag register, maar ze klinkt nog wat hees in de hoogte. Herbert is een prominente begeleider die mooi zijn plaats opeist.
"Reason in Madness" is toevallig ook de titel van de CD die Sampson en Middleton in 2018 opgenomen hebben. Op die CD verzamelden ze liederen over "waanzinnige" vrouwen. De Hamlet-Ophelia valt duidelijk in die categorie. Gretchen en Mignon zijn minder waanzinnig, al zijn het ook getroubleerde zielen. Bilitis valt er enigszins buiten, al werden lesbische vrouwen honderd jaar geleden misschien ook wel als mentaal afwijkend beschouwd. Op de CD staan de Duitse en Franse liederen door elkaar, voor het recital hadden ze per taal gegroepeerd met Duits voor en Frans na de pauze.
De volgorde van het eerste deel was zodanig dat ze toewerkten naar de climax van Hugo Wolfs Kennst du das Land. Het begon nog relatief braaf met Schuberts Gretchen am Spinnrade, gevolgd door twee andere spinsters: Brahms' Mädchenlied en Schumanns Die Spinnerin, allebei gebaseerd op het gedicht "Auf die Nacht in den Spinnstuben" van Paul Heyse. Het Schumann-lied Herzeleid - "...und leise warnend lispelten die Wellen: Ophelia!" - was de intro tot twee Ophelia-cycli.
De Ophelia-Lieder van Brahms bestaan uit vijf korte liederen. Sampson zingt Sein Leichenhemd weiss als een hymne, Und kommt er nicht mehr zurück? krijgt een beheerste treurige uitdrukking. Het is allemaal heel traditioneel en klinkt nog als "normale" liederen, wat waarschijnlijk de reden is waarom ze zelden opgevoerd worden ten voordele van de Drei Lieder der Ophelia van Richard Strauss. We zijn pakweg een halve eeuw verder en komen in een totaal andere klankwereld terecht. Strauss had ondertussen al de waanzin van Elektra gecomponeerd. Guten Morgen, 's ist Sankt Valentinstag wordt de hysterische uiting van waanzin. In Sie trugen ihn auf der Bahre bloss wisselen de emoties zich af van verdriet - "Fahr' whol, meine Taube" - naar vreugde - "Mein junger frischer Hansel", adembenemend vertolkt door Sampson.
Het Duitse deel werd afgesloten met de Mignon-Lieder van Hugo Wolf. Daarbij valt het op dat Sampson alle vier de liederen op één lijn zingt, alsof Mignon in een soort trance is. Alles blijft binnen eenzelfde sfeer die nooit luider wordt dan mezzo-forte. Het is pas helemaal op het einde van Kennst du das Land dat we een eerste forte horen... "es stürzt der Fels und über ihn die Flut!". Alle stormachtige emoties die Mignon meemaakt worden overgelaten aan Joseph Middleton om ze Wagneriaans te verklanken in de piano. Nog altijd Wagneriaans is de versie van Henri Duparc en zijn Romance de Mignon, waarmee het tweede deel opende.
Daarin stond Bilitis centraal met de Chansons de Bilitis van Debussy, maar ze werden omkaderd door het eerste en het laatste lied van de vijf Bilitis-liederen van Charles Koechlin. De drie liederen van Bilitis zijn welbekend, en Sampson is heel overtuigend als de naïeve en nog jonge Bilitis, maar het zou interessant geweest zijn om heel het Opus 39 van Koechlin te programmeren, zeker na het eerste lied, Hymne à Astarté, gehoord te hebben. Het lied is vol passie, bij momenten gewelddadig, maar ook erotisch en rauw. Want zeg nu zelf, hoeveel liederen ken je waarin de protagonist haar menstruatiebloed als offer aanbiedt aan de godin Astarte: "arrache de mon corps bienheureux les libations sanglantes". Daarmee vergeleken is Debussy toch iets subtieler en braver.
Nog twee Franse Ophelia-liederen - Saint-Saëns' La mort d'Ophélie en Chaussons Chanson d'Ophélie - bereiden de weg voor naar La dame de Monte Carlo van Francis Poulenc. Het is een dramatische scène waarin een oudere weduwe haar geld vergokt in Monte Carlo en zich uiteindelijk in de Middellandse Zee stort en, net als Ophelia, verdrinkt. In het Franse repertoire beschouw ik Carolyn Sampson als de opvolgster van Felicity Lott, maar in La dame de Monte Carlo kan ze toch nog niet tippen aan haar voorgangster. Haar interpretatie is totaal anders, zelfs humoristisch waardoor een deel van het publiek begon te lachen, terwijl dat volgens mij niet zo bedoeld is... of misschien zit de aristocratische en elegante versie van Flott nog teveel in mijn gedachten.
Na al die sterfgevallen, kwam nog één bisnummer, Schuberts melodrama Abschied von der Erde.
Publicatie: maandag 12 oktober 2026 om 11:34
Rubriek: Liedrecital