Sarah Connolly in Oxford
Het Oxford Song Festival was gisteren voor de eerste keer te gast in de Sohmen Concert Hall van het Schwarzman Centre for the Humanities voor het avondrecital met Sarah Connolly en Joseph Middleton.

(foto © Andrew Crowley)
Voor de avondrecitals met bekende namen wijken ze meestal uit naar grotere zalen die meer publiek aankunnen dan de kleine Holywell Music Room. Vaak zijn dat aula's van colleges of kerken, die akoestisch niet altijd ideaal zijn. Maar sinds een half jaar beschikt Oxford over een echte concertzaal. Het is een rechthoekige houten doos met comfortabele zetels, al vond ik de zaal een iets te grote nagalmtijd hebben om ideaal te zijn voor een liedrecital.
In hun online-festivals tijdens corona heeft het festival de gewoonte aangenomen om voor elk concert ook de mogelijkheid te bieden aan jonge liedduo's om zich voor te stellen. Ondertussen is dat volledig geïntegreerd in het Young Artist Programme. Tijdens de meeste avondrecitals zullen we dus ook een jong liedduo horen als een soort voorprogramma van een kwartiertje. Dit jaar zijn het de duo's die in de tweede week van het festival zullen deelnemen aan de master class.
Het eerste duo dat we gisteren hoorden was de sopraan Maryam Wocial en de pianist Archie Bonham, die drie liederen zongen over verloren of beëindigde liefde. Ze zingt Rachmaninovs Ne poi krasavitsa met een stralende en heldere stem, waarbij ze een traan in haar stem legt voor een hartverscheurende vertolking. Surabaya Johnny nodigt uit om een en ander uit te acteren, wat ze dan ook doet. Dit lied ligt wat lager in haar stem en ook in dat register klinkt ze fantastisch, helemaal als ze voor de laatste "du hast kein Herz, Johnny, und ich liebe dich so" alle kleur uit haar stem haalt. Ze eindigden met een Dickinson-lied van John Duke, Heart! We will forget him waarin ze ook goed contact maakt met het publiek.
Connolly en Middleton begonnen hun recital met het Opus 71 van Felix Mendelssohn, zijn laatste Sechs Lieder, die in hun geheel als een nagedachtenis aan zijn net overleden zus beschouwd kunnen worden. Het begin van het eerste lied Tröstung geeft meteen een indicatie dat het geen leuke liedcollectie is... "Werde heiter, mein Gemüte, und vergiss der Angst und Pein". Connolly legt in veel liederen de nodige treurende ondertoon zoals in Schilflied, "weinend muss mein Blick sich senken". An die Entfernte is dan weer een puur en mooi liefdeslied. Opus 71 eindigt met het prachtige Nachtlied, het ultieme Fanny-requiem: "Gott loben wollen wir vereint, bis dass der lichte Morgen scheint". Het is dit laatste lied dat je vaker in recitals hoort, maar het is zeker de moeite om het volledige opus vaker in zijn geheel op te voeren.
Nu, ik moet zeggen dat ik enigszins ontgoocheld was in hun vertolking. Er waren prachtige momenten, maar in het algemeen was er weinig tekstinterpretatie door Connolly. Ook Middleton zwabberde wat teveel door de partituur. Op het einde van de Mendelssohn-liederen gaf ze toe dat ze nog wat last had van de naweeën van een verkoudheid, wat een en ander kan verklaren. Maar het is geen excuus voor de vele tekstfouten die ze maakte, terwijl ze nochtans een partituur bij de hand had. Als ze dan een woord vergeet, dan verzint ze maar een ander woord, wat de zin vaak onbegrijpbaar maakt.
Voor het groepje Brahms-liederen kreeg ze wel meer zelfvertrouwen. Ze bracht de emoties van Es träumte mir goed over (het is een soort tegenhanger van Schumanns "Ich hab' im Traum geweinet") en zingt Unbewegte laue Luft met een heel traag en mooi gedragen begin. Middleton komt in zijn element als hij in Verzagen de rollende zeegolven uitdrukt. Von ewiger Liebe was de afsluiter van het eerste deel, wat ze uitstekend opbouwt tot de finale climax "unsere Liebe muss ewig bestehn".
Het deel na de pauze begon met Proses lyriques van Claude Debussy, die ook de symbolistische poëzie schreef. Het zijn vier gedichten waar moeilijk een lijn in te vinden is, maar waar vooral kleurvolle woorden gebruikt worden die hij op muziek kon zetten. Dat horen we vooral in de piano. Het is dan ook Middleton die in deze cyclus schitterde, van mysterie in De rêve tot extatische ontboezemingen. We horen zelfs al echo's van Pelléas in De grève. De fleurs krijgt een strikte en statische vertolking. Na een kort Duits intermezzo met de Liszt-versie van Der du von dem Himmel bist, hoorden we zijn Jeanne d'Arc au bûcher. Het is een interessant lied waarbij elke strofe eindigt met "... et pourtant j'ai sauvé la France", de laatste krijgt een berustende expressie van Connolly.
Ze eindigden met de Engelse liederen van Night Thoughts die Errolyn Wallen speciaal voor Connolly en Middleton gecomponeerd heeft. De korte cyclus bestaat uit vier liederen, die niet allemaal even boeiend zijn. Het eerste lied Sleep heeft bijvoorbeeld teveel herhalingen (ala Liszt) waardoor het wat saai wordt. Maar Bright Lights, over een jonge Ella Fitzgerald, is een leuk, jazzy lied. Jazz-invloeden horen we ook terug in het laatste lied Night Thoughts. Na afloop kregen we nog één bisnummer... Thou didst delight my eyes van Ivor Gurney.
Publicatie: zaterdag 10 oktober 2026 om 10:19
Rubriek: Liedrecital