Il Grand' Inquisitor

Benjamin Appl in Oxford

De Hongaarse componist György Kurtág werd begin dit jaar een eeuw oud, wat gisteren in de Holywell Music Room gevierd werd met het recital van Benjamin Appl en James Baillieu.


(foto © Balint Hrotko)

Maar eerst kregen we weer twee "emerging artists": Ellen Mawhinney en Daniel Silcock. Ze brachten een kort water- en zee-programma. Mawhinney beschikt over een heldere sopraan en kraakheldere dictie. Zowel met het dromerige als het verleidelijke aspect van Liszts Der Fischerknabe kon ze overtuigen. Voor een dramatisch lied als Sea Wrack van Hamilton Harty heeft ze ook voldoende vocaal gewicht met een stem die ook in forte nog mooi blijft klinken.

Ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van Kurtág had Benjamin Appl al de CD Lines of Life uitgebracht met liederen van Kurtág in combinatie met liederen van Schubert. Die Kurtág-liederen kregen we gisteren ook te horen, maar wel met grotendeels andere Schubertliederen dan op de CD. Centraal stonden de Sechs Hölderlin-Gesänge en daarvoor spendeerde Appl veel tijd in Boedapest met Kurtág om ze tot in detail in te studeren. Dat detail kan heel letterlijk genomen worden. Vooraf kregen we in een kort videofragment te zien hoe dat in zijn werk ging. En voor die zes liederen vertelde Appl ook een en ander over dat proces (wat trouwens nog altijd doorgaat), over hoe ze soms een halve dag aan één maat werken of eindeloos herhalen tot hij exact een lettergreep uitspreekt zoals Kurtág het wenst.

De Hölderlin-Gesänge, net zoals een aantal andere liederen, zijn overwegend zonder begeleiding geschreven, uitgezonderd Gestalt und Geist waarvoor Baillieu zo goed als mogelijk een trombone en tuba nadoet op de piano. Het minste wat je van zijn liederen kan zeggen, is dat ze origineel zijn. Zo wordt in het eerste lied An... een dialoog tussen een solist en een Grieks koor verondersteld. Dat koor hoor je terug in de oe- en a-melismen tussen de woorden van het gedicht door. Im Walde is een dynamisch Sprechgesang en in Circumdederunt, waarmee het recital begon, horen we dan weer een kakelende "et in tribulatione mea".

Het is een intellectuele oefening om Kurtág met Schubert te combineren. Het doodsgekreun van Circumdederunt wordt bijvoorbeeld gevolgd door Totengräbers Heimweh. Hierin horen we de typische Schubertzanger Appl: een robuuste eerste strofe die overgaat in een lyrisch "O Schicksal", een teder moment bij "im Grabe, so friedlich, so kühl" om in een andere wereld van het "Ewiges Licht" te eindigen. In Schäfers Klagelied vindt de pijn van de herder - "dem Schäfer ist gar so weh" - weerklank in het slot van Das Angenehme dieser Welt... "ich lebe nicht mehr gerne"... waarvan het halve Sprechgesang op zijn beurt verband houdt met de staccato-momenten in het daaropvolgende Dass sie hier gewesen. De lange Blumenballade Viola is dan weer een heel lange inleiding tot het extreem korte Die Rosen, dat al voorbij is voor je goed en wel doorhebt dat het lied begonnen is.

Het recital werd afgesloten met Die Taubenpost en een pianississimo gezongen "Sie heisst... die Sehnsucht". Het was een fascinerend recital, zeker voor wie houdt van puzzels om alle verbanden uit te zoeken. Voor we de snikhete Holywell Music Room konden verlaten (iemand had vergeten de verwarming wat lager te zetten), kregen we met Seligkeit nog één bisnummer.

Publicatie: dinsdag 13 oktober 2026 om 16:40
Rubriek: Liedrecital