Il Grand' Inquisitor

Kathy Thomson in Oxford

Katy Thomson en Rustam Khanmurzin is een liedduo dat zowat alle stappen van het Young Artist Programme doorlopen heeft. Gisteren mochten ze het lunchrecital verzorgen.


(foto © Julian Guidera)

Centraal in het recital stond de wereldpremière van The Lamp, gecomponeerd door John Webb. Het lied is grotendeels gebaseerd op het gedicht "The Walrus and the Carpenter" uit "Through the Looking-Glass" van Lewis Carroll. Het is een parabel over een walrus en een timmerman die op stap gaan met oesters, die uiteindelijk allemaal door hen opgegeten worden. Alhoewel er een politieke boodschap in gezien kan worden, had het een leuk lied kunnen worden in de stijl van Flanders and Swann, of Cole Porters The Tale of the Oyster (wat ze later als bisnummer zouden zingen). Maar om die boodschap duidelijker te maken, verwerkten ze ook twee andere gedichten in het lied. Yeats schreef "The Leaders of the Crowd" in 1921, maar is nog altijd brandend actueel... tegen populisme en dat "truth flourishes where the student's lamp has shone". Wat later in het lied verwerkt hij er ook nog het slot van "The New Colossus" in, het sonnet van Emma Lazarus dat ook aangebracht is op de sokkel van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld... "I lift my lamp beside the golden door".

Persoonlijk vind ik dat geen echt geslaagd combinatie, want nu is het een vis-noch-vlees-lied geworden. Maar Katy Thomson zingt het uitstekend, al zijn sommige pointes van het walruslied wat weggecomponeerd. Ik heb Thomson al een paar keer eerder gehoord in Oxford en ze is nog altijd een fascinerende liedzangeres met een mooie en grote glanzende sopraan en veel expressie. Ze was het recital bijvoorbeeld begonnen met Erlkönig waarin ze de verschillende karakters vooral visueel duidelijk maakt - een angstig gezicht voor het kind, een koninklijke houding voor de Erlkönig - en minder vocaal. In Schumanns Belsatzar neigde het zelfs naar overacting.

Ze licht elk lied of groepje liederen ook kort toe, al komt het soms wat belerend over voor de serieuze liederen zoals voor de Gedichte der Königin Maria Stuart... ik denk dat je wel mag veronderstellen dat het publiek in Oxford wel weet wie Mary Stuart is. Thomson zet een goede Stuart neer, zelfverzekerd in An die Königin Elisabeth, ingetogen in Gebet. Voor de inleiding van de komische liederen - zoals de Trois mélodies van Erik Satie - deed ze me soms aan Anna Russell denken, waarna ze een hilarische vertolking gaf van La statue de bronze, kinderlijk naïef is in Daphénéo en onderhoudend als Le chapelier.

Het was trouwens opvallend dat Rustam Khanmurzin met een volledig gesloten pianoklep speelde. Gezien de grootte van Thomsons stem lijkt me dat niet echt nodig... misschien kan hij gewoon niet stil spelen? Want 's namiddags was hij ook van de partij voor een lezingrecital waarbij hij de sopraan Oksana Lepska begeleidde, ook met gesloten klep. Dat lezing-recital werd gegeven door Philip Ross Bullock, fellow bij Wadham College (waartoe de Holywell Music Room behoort) en gespecialiseerd in Russische literatuur en muziek. Hij gaf een lezing over de liederen van Tchaikovsky, gekoppeld aan diens liefdesleven. Selecties van zijn eerste (opus 6) tot zijn laatste liederen (opus 73) werden gezongen door Lepska. Deze Letse sopraan beschikt over een spectaculaire stem, waarmee ze ook een schitterende Briefscène uit Yevgenij Onegin zong... weliswaar geen lied, maar Bullock hield een overtuigend pleidooi waarom deze scène perfect in de kleine zaal van de Holywell Music Room past.

Publicatie: dinsdag 13 oktober 2026 om 09:54
Rubriek: Liedrecital