Wiener Blut in Essen
Dit jaar vieren we de 200ste verjaardag van Johann Strauss, wat in onze contreien geruisloos gepasseerd is. Op de valreep heb ik toch nog twee operettes mee kunnen pikken, de eerste is Wiener Blut in Essen.

Gräfin Gabriele Zedlau, Fürst von Ypsheim-Gindelbach (foto © Sandra Then)
Wiener Blut is niet echt van Johann Strauss, maar is een pasticcio-operette die door Adolf Müller samengesteld werd met allerlei walsen en polka's van Strauss. Op die muziek werd dan een libretto bedacht met vaak krakkemikkige prosodie en grammaticale vrijheden. Het verhaaltje is uiteraard flinterdun. Gravin Zedlau vindt dat haar echtgenoot Balduin niet voldoende Weens bloed heeft... wat blijkbaar betekent dat hij er geen maitresse(s) op nahoudt. Als ze ontdekt dat hij iets heeft met de danseres Franzi en ook een oogje heeft laten vallen op Pepi, de geliefde van zijn kamerdienaar Josef, dan is hun huwelijk gered, na uiteraard een aantal chaotische persoonsverwisselingen.
De productie van Nikolaus Habjan was een co-productie met het Schlosstheater Schönbrunn, waar het afgelopen zomer gespeeld heeft in het kader van "Johann Strauss 2025 Wien". Het is een visueel mooie productie in een vrij sober, maar efficiënt decor van Heike Vollmer. Voor het tweede en derde bedrijf hangt er achteraan een gehelde spiegel die het geschilderde vloerdecor weespiegelt: een theater - misschien geïnspireerd op dat van Schönbrunn - voor het tweede en de wijnranken van een Heuriger voor het derde bedrijf. Het Weens Congres van 1815, wat de achtergrond van de handeling is, wordt ook in de voorstelling verwerkt... o.a. met aangepaste aankondigingen (telefoons uitzetten om de deelnemers aan het congres niet te storen) of als het publiek gevraagd wordt om recht te staan als het koor aan het begin van het tweede bedrijf via de zaal binnenkomt voor de polonaise. Een hoogst vermakelijke productie, die doorspekt wordt met dialogen in Weens dialect.
Tommaso Turchetta dirigeerde een goede bezetting, waarbij de twee vrouwelijke hoofdrollen eruit sprongen. Zowel Raffaela Lintl als Janina Mae Dettenborn zongen respectievelijk Gabriele en Franzi met ruime en stralende sopranen. Christina Clark heeft ondertussen niet veel stem meer om een geloofwaardige Pepi te zingen. Aljoscha Lennert was een wisselvallige graaf. Het leek wel alsof hij elk bedrijf weer moest opwarmen waardoor hij zijn stem amper de zaal ingeprojecteerd kreeg, maar na deze eerste horden liet hij wel een mooie tenor horen. Boris Eder was tenslotte een grappige Josef die constant in de weer was met akten die Balduin zou moeten ondertekenen.
Publicatie: dinsdag 30 december 2025 om 09:45
Rubriek: Operette