Roméo et Juliette in de Koningin Elisabethzaal
De Berlioz-versie van Roméo et Juliette wordt niet zo vaak opgevoerd, maar was afgelopen vrijdag nog eens te horen in de Koningin Elisabethzaal met het Antwerp Symphony Orchestra onder leiding van Cornelius Meister.

(foto © Antwerp Symphony Orchestra / Vincent Callot)
Berlioz noemde het een "symphonie dramatique", weliswaar met veel koorinterventies en ook drie vocale solisten. Daarbij valt het trouwens op dat Roméo en Juliette geen stem krijgen, maar enkel orkestraal vertolkt worden. Alhoewel het dus grotendeels een symfonie is, hebben ze er toch een ruimtelijke invulling aan gegeven. Aïda Gabriëls was verantwoordelijk voor de "mise-en-espace".
Dat betekent vooral dat er boven het orkest een groot projectiescherm hangt, waarop beelden en teksten geprojecteerd worden. Tijdens de "Introduction" wordt een korte samenvatting van het verhaal geprojecteerd. De vocale gedeelten worden op die manier boventiteld. Maar als enkel het orkest speelt worden we getrakteerd op idiote, niet-relevante teksten van ene Dominique De Groen. Na drie zinnen ben ik gestopt met al die onzin te lezen.
Tegelijkertijd worden beelden geprojecteerd, vaak niet-relevant: voetballers, mensenmassa's, een schaterlachend publiek (nota bene tijdens het "Convoi funèbre de Juliette"). Die beelden worden dan ook nog eens twee keer geprojecteerd waarbij ze overlappen. Het zal wel artistiek geïnspireerd zijn, maar het is vooral storend. Het is voor dit soort grappen dat we oogleden gekregen hebben, zodat we ze kunnen sluiten...
De enige, min of meer zinnige invulling van haar opdracht is haar behandeling van het koor. Tijdens het eerste deel laat ze het "petit choeur" de zaal binnenkomen en plaatst ze het achteraan de parterre. Dat klinkt goed op de parterre en eerste balkon, ik heb geen idee of de hogere balkons daar veel van meegekregen hebben. De mezzo en tenor zingen hun relatief korte rol respectievelijk vanop het rechter- en linkerbalkon, de bas die Pére Laurence zingt staat gewoon naast de dirigent. Voor de finale zitten de koren - het Octopus Symfonisch Koor en Laurens Collegium - achter het projectiescherm en gedeeltelijk op het zijbalkon.
Cornelius Meister, die trouwens insprong voor de zieke Dima Slobodeniouk, gaf een transparante, zelfs lichtvoetige, lezing van Berlioz' partituur. Het tweede deel, "Roméo seul - tristesse", werd mooi en spannend opgebouwd tot het bal losbarst. Enkel tijdens de "Scène d'amour", waarbij het koor in de parterregang stond, was er een balansprobleem ten nadele van het orkest.
De solisten waren goed bezet, met vooral de prachtige mezzo van Kai Rüütel-Pajula. Ze zingt perfect verstaanbaar Frans en legt de nodige emotie in haar stem, waardoor "Premiers transports que nul n'oublie" bijvoorbeeld een trieste ondertoon kreeg. Bryan Register kennen we van zijn recente Siegfried in de Munt en zingt ook deze partij met overtuiging. De bas Nahuel di Pierro begint heel mooi aan de rol van Père Laurence, met mooi gezongen Frans, maar naarmate de rol vordert, deemstert zijn stem wat weg in het orkest.
Publicatie: zondag 31 mei 2026 om 14:09
Rubriek: Concert