Il Grand' Inquisitor

Fritiofs Saga in Essen

De opera van Essen heeft met Fritiofs Saga een ware curiositeit op het programma geplaatst.


Ingeborg, Koning Ring (foto © Matthias Jung)

De opera van de Zweedse componiste Elfrida Andrée (1841-1929) werd, naar verluidt, nog nooit eerder scenisch opgevoerd. Haar eerste en enige opera had ze ingezonden voor de wedstrijd om de Koninklijke Opera in Stockholm te openen in 1898, maar werd niet gekozen... en verdween toen in de archieven. Het verhaal is gebaseerd op een IJslandse sage over de viking Fritiof, die onder andere in het Zweeds vertaald werd door Esaias Tegnér. De latere Nobelprijswinnares Selma Lagerlöf verwerkte het tot een libretto, waarbij ze vooral de vrouwelijke kant van de sage belicht. De opera had dus misschien beter "Ingeborgs Saga" kunnen genoemd worden.

De handeling speelt zich af in de middeleeuwen en begint met een strijd tussen de legers van Koning Helge (de broer van Ingeborg) en Koning Ring. Die strijd horen we in de ouverture - volgens dirigent Wolfram-Maria Märtig een kruising tussen Wagner, Mendelssohn en Robert Stolz - en zien we in de enscenering van Anika Rutkofsky via de ogen van de vrouwen die in een bunker verschanst zitten terwijl we af en toe bommen horen exploderen (een beetje te vaak naar mijn goesting). In die bunker zit ook een tienerversie van Ingeborg en Fritiof die op elkaar verliefd zijn. Maar aangezien Helge het niet ziet zitten dat een prinses met een vinking trouwt, wordt Fritiof verbannen. Na het einde van de strijd, wordt Ingeborg uitgehuwelijkt aan de oude Ring. Als later Fritiof terugkeert uit ballingschap, dan kiest ze toch om bij haar man te blijven en niet samen te vluchten.

Waarschijnlijk om praktische redenen werd de opera opgevoerd als Die Fritjof-Saga, dus in een Duitse vertaling in plaats van het originele Zweeds. Nu, in het manuscript waren wel al delen vertaald in het Duits, misschien met het oog op een internationale verspreiding. Maar de gebruikte vertaling is niet de beste op het vlak van prosodie, met vreemde accenten of onlogische pauzes in het midden van een zin.

Het hoeft niet te verbazen dat alle verwijzingen naar Noorse mythologie - Walhalla, Freia, Thor, Wotan, ... worden bijvoorbeeld regelmatig vermeld - Elfrida Andrée inspireerde tot een Wagneriaanse partituur. Ook de karakters doen Wagneriaans aan: Ingeborg is een kruising tussen Senta en Brünnhilde, Guatemi (de vrouw van Helge) is een Ortrud-achtige figuur, Fritiof lijkt een jonge Siegfried, terwijl Ring een oude Siegfried zou kunnen zijn. Als opera is het muzikaal wel onevenwichtig. Orkestraal zijn er veel interessante momenten, en haar ervaring met koormuziek maakt dat ook de koren best wel mooi zijn. Maar voor de solostemmen klinkt het vaak ongemakkelijk gecomponeerd, iets wat ze ongetwijfeld zou verbeteren als ze nog opera's zou geschreven hebben.

Desalniettemin heeft de opera van Essen een uitstekende bezetting bij elkaar gebracht. Mirko Roschkowski heeft als Fritiof de lastigste partij. Andrée moet gedacht hebben dat een jugendliche Heldentenor veel hoge noten behoort te zingen. Roschkowski doet een verdienstelijke poging, maar slaagt er vaak net niet in. Andreas Hermann zingt Koning Ring met een typisch Heldentenor-timbre, en overtuigt in zijn grote sterfscène. Friedemann Röhlig was een indrukwekkende Koning Helge met stevige basnoten.

De "jugendlich dramatische" partij van Ingeborg werd goed vertolkt door Ann-Kathrin Niemczyk, ze tekende een volledig psychologisch portret van de vrouw die heen en weer geslingerd wordt tussen haar liefde voor Fritiof en haar plicht jegens haar volk. Deirdre Angenent schakelde regelmatig over naar een half Sprechgesang - maar dat is misschien zo bedoeld in de partituur - en was toch een hypnotiserende Guatemi. Bij de kleinere rolletjes moet Almerija Delic als "een oude vrouw" vermeld worden, nog zo'n rol die op twee registers hinkt, wat Delic dan ook doet en heen en weer schakelt tussen een dreigend alt- en een snijdend sopraanregister.

Publicatie: vrijdag 10 april 2026 om 09:50
Rubriek: Opera