Benvenuto Cellini in de Munt
De eerste operavoorstelling van het jaar is tevens de eerste opera onder het bewind van Christina Scheppelmann, de nieuwe intendant van de Munt. Daarenboven is Benvenuto Cellini een première voor de Munt.

Cellini, Teresa (foto © Simon Van Rompay)
In tegenstelling tot "Damnation" of zelfs "Troyens" wordt deze komische opera zelden opgevoerd. Tijdens het Berlioz-jaar van 2003 was hij wel concertant te horen in het PSK, maar deze productie was voor mij ook de eerste keer dat ik hem scenisch zag. Thaddeus Strassberger is een nieuwe naam voor de Munt, al hebben we zijn werk al een paar keer in Luik kunnen zien... eerder dit seizoen zelfs nog met Faust. Zijn exuberante en visueel overdadige stijl past a priori wel goed bij een carnavalsopera als Benvenuto Cellini.
Zijn eenheidsdecor bestaat uit een marmeren constructie op een draaiplateau, waarin we Rome moeten herkennen. Tijdens de ouverture wordt op de marmeren voorwand een video geprojecteerd, die zijn inspiratie vindt in het Muntgebouw zelf. De koninklijke en Europese loges worden weerspiegeld, de kandelaardragers worden met AI tot leven gewekt, terwijl de Muntluchter naar beneden tolt. De vier plafondmuzen zullen de rest van de voorstelling als marmerkleurige figuranten de boel opvrolijken. Het is een begin dat verwachtingen schept.
Die verwachtingen worden echter niet ingelost. Het eerste tafereel is een klassieke enscenering waarin de protagonisten voorgesteld worden, maar er wordt vanalles bijgesleurd tot en met jongleurs die de aandacht afleiden. In het tweede tafereel wordt het helemaal gek. Ze hebben namelijk gekozen voor de "Paris 2"-versie, zoals de opera in 1838 in première ging, maar hebben onder andere de pantomime uit "Paris 1" toegevoegd. Muzikaal kan ik begrijpen dat ze het duel tussen de Engelse hoorn en de ophicleïde willen laten horen. Maar er is geen enkele goede reden te bedenken om dat te laten voorafgaan door een kwartier tenenkrullend en ongrappig gezwets van drie commedia dell'arte-figuren verkleed als travestiet.
Het tweede bedrijf is gelukkig een stuk rustiger en ingetogener, om wel passend in chaos te eindigen als een gouden Perseus - het standbeeld waar het uiteindelijk allemaal om te doen is - uit de Colosseum-smeltkroes verschijnt. De artistieke inspiratie om tot dit beeld te komen vormt trouwens een rode draad doorheen de voorstelling en begint met een toevallig passerende voetbalsupporter die gevraagd wordt om een pose aan te nemen met een zwaard en een opgeheven voetbal die later de kop van Medusa zal worden... best wel een goede vondst.
Chef-dirigent Alain Altinoglu leidt een redelijk goede bezetting. John Osborn is uiteraard een excellente keuze voor de titelrol. In uitstekend Frans zingt hij de romance "La gloire était ma seule idole" en reflecteert hij met een verinnerlijkte "Sur le monts le plus sauvages". Ruth Iniesta is een goede Teresa, met stevig coloratuurwerk in "Entre l'amour et le devoir", al merk ik weinig diepgang in haar vertolking. Maar het is Ante Jerkunica die als Paus Clement VII elke scène domineert waarin hij voorkomt. De rest van de bezetting is middelmatig. Tijl Faveyts laat af en toe wel mooie expressieve kleuren horen als Balducci, maar is soms ook wat monotoon. Hetzelfde geldt voor de wisselvallige vertolking van Florence Losseau als Ascanio of de Fieramosca van Jean-Sébastien Bou.
Publicatie: vrijdag 6 februari 2026 om 16:32
Rubriek: Opera