Il Grand' Inquisitor

Idomeneo in de Munt

De nieuwe Idomeneo in de Munt werd geregisseerd door Calixto Bieito en zoals vaak bij hem is het een productie waar je boventitels bij nodig hebt.


Idamante, Idomeneo, Ilia (foto © Simon Van Rompay)

De voorstelling begint in een abstract decor van Anna-Sofia Kirsch: vier L-vormige wanden worden telkens in andere configuraties samengesteld tot kamers of cellen, die soms ook als projectiescherm voor vage videobeelden gebruikt worden. Een geketende Ilia in gevangenisplunje is een logische keuze. Maar de logica verdwijnt snel eens Idomeneo verschijnt.

In het programmaboek probeert Bieito zijn concept uit te leggen... iets over de zee als metafoor voor Idomeneo's en Idamantes geestesgestelheid. Het overtuigt maar matig. Maar zelfs met die "boventitels" houdt het weinig steek wat er allemaal op het podium te zien is. Dat water wordt in eerste instantie voorgesteld met een grote plastieken folie, waar Idomeneo en het koor doorheen breken en zo ontsnappen aan de storm... wat op zich wel een mooi beeld is. Maar in de vervuiling van de zee - voorgesteld met een vissersnet waaruit tientallen plastieken bidons luidruchtig naar beneden vallen - een afspiegeling zien van Idomeneo's vervuilde geest, is allesbehalve duidelijk. Eens gered, loopt hij rond met een aktetas waar licht uitschijnt, wat we nadien terugzien bij het orakel (die trouwens vanuit de orkestbak zingt). Kortom, meer vragen dan antwoorden en weinig logica.

Enrico Onofri dirigeert een wisselvallige bezetting... het slotballet werd trouwens niet uitgevoerd. Joshua Stewart hebben we een paar weken geleden leren kennen in een liedrecital. Als Idomeneo heeft hij zo zijn momenten, maar over het algemeen vond ik hem een zwakke Idomeneo. De eerste twee bedrijven zong hij constant met één volume. "Fuor del mar" werd gekenmerkt met wauwelende coloraturen en had weinig spektakelwaarde, laat staan enige nuance. Die nuance kwam er wel iets meer in het laatste bedrijf.

Gaëlle Arquez was daarentegen een mooie Idamante, met een ruime en prachtige mezzo. Shira Patchornik begon dan weer met een indrukwekkend recitatief voor "Padre, germani, addio", vol dramatische expressie, waardoor ik even dacht dat ze even goed Elettra zou kunnen zingen. Maar die eerste indruk maakte snel plaats voor verveling en vibratoloze inzetten met twijfelachtige intonatie. Maar de ster van de avond was voor mij Kathryn Lewek, die als Elettra een weergaloze "D'Oreste, d'Ajace" zong met heerlijk knetterende loopjes en stijlvolle Mozartiaanse dramatiek.

Publicatie: donderdag 19 maart 2026 om 18:57
Rubriek: Opera