Il Grand' Inquisitor

Roderick Williams in Oxford* en Samuel Hasselhorn in deSingel

Het avondrecital gisteren in Oxford had de titel "A Thomas Hardy Songbook" gekregen. Ze hadden niemand beter kunnen uitnodigen dan Roderick Williams en Christopher Glynn voor een dergelijk programma.

Je kan Thomas Hardy grosso modo situeren rond 1900. Zijn gedichten zijn doordrongen van de natuur van "Wessex", de ruime omgeving van Dorset waar hij geboren is, en passen dan ook perfect in het dagthema rond de natuur. Zoals de pianist Chrystopher Glynn vertelde tijdens de inleiding heeft Hardy veel "actieve" poëzie geschreven, gedichten waarin iets gebeurt. Een treffend voorbeeld daarvan is de liedcyclus Winter Words van Benjamin Britten. Deze avond hoorden we vijf van de liederen, die fungeerden als een rode draad doorheen de eerste helft van het recital.

Naast Britten heeft zowat elke Britse componist wel gedichten van Hardy op muziek gezet en daar kregen we dan ook een doorsnede van te horen. Van het gevoelige Great Things van John Ireland over een grappig-ironische Buonaparty van Ralph Vaughan Williams tot het leuke The Market Girl van Arnold Bax of An Ancient to Ancients van Hugh Wood, een speech over hoe het vroeger allemaal beter was. Maar ook hedendaagse componisten hebben hem getoonzet. Written on Terrestrial Things van Judith Weir kon me wel niet echt overtuigen, Venables' A Kiss was wel mooi en James Burton heeft een onweerstaanbare piano-partij geschreven voor When I set out for Lyonnesse. In al deze liederen toont Williams zich een fervente verdediger van dit repertoire met een prachtige expressie en zuivere dictie.

Na de pauze kregen we Gerald Finzi te horen in Before and After Summer. Het is een aangrijpende cyclus, gecomponeerd in 1949 nadat zijn vader en drie broers recent overleden waren. De cyclus vertelt geen verhaal, maar is eerder een collectief gevoel van herinneringen ophalen. Hij wordt gekenmerkt door een uitzonderlijk inventieve pianopartituur die enigszins aan Schubert doet denken in de manier waarop hij beelden verklankt. Voor de eerste keer deze week kregen we met Finzi's To Lizbie Browne zelfs een bisnummer. Het is ontnuchterend, maar het zijn dit soort geniale uitvoeringen die je doen beseffen hoeveel schitterende muziek er nog te ontdekken valt.

De jonge zangeres van de avond was Rowan Pierce. Ik heb haar vorig jaar gehoord tijdens de Ashmolean-avond in Oxford toen ze prachtige Purcell gezongen heeft. In Schubert is ze even overtuigend. Ze is een zangeres die nauwelijks beweegt, maar niet meer dan haar licht-lyrische sopraan nodig heeft om je in haar vertolking te trekken. Dat doet ze meteen in Die Blumensprache of Am Bach im Frühling. Maar ook in een kleurrijke vertolking van Ganymed of een contemplatieve Im Abendrot.

Terwijl Roderick Williams ons rondleidde in de wereld van Thomas Hardy, was in deSingel ook nog eens een liedrecital geprogrammeerd. Dat was ook al weer heel lang geleden. Ik heb het moeten opzoeken... maar het is van november vorig jaar geleden tijdens de Clara Schumann-dag en het recital van Christiane Karg dat ik in deSingel een liedrecital gehoord heb.

Gisteren stond Samuel Hasselhorn op het podium. Oorspronkelijk zou het een recital met Graham Johnson aan de piano geweest zijn, maar hij had omwille van reisbeperkingen afgezegd en hij werd vervangen door Boris Kusnezow. Ze brachten een volledig Schumann-programma.

In vergelijking met zijn recital in het PSK, na het winnen van de Elisabethwedstrijd twee jaar geleden, klinkt Hasselhorns groter. Er zit ook meer metaal in zijn stem en is zijn klank iets minder aangenaam geworden. Zijn expressieve mogelijkheden zijn echter niet minder met bijvoorbeeld een mooi contrast tussen de twee delen van Tragödie en een meeslepende Belsazar, die hij nu veel beter doseert en daardoor des te krachtiger wordt.

Het grote deel van het recital werd echter ingenomen door twee liedcycli. Voor de Eichendorff-Liederkreis haalde hij een iPad-partituur boven. Ik veronderstel dat hij dit nog aan het instuderen is, want hij kon me nog niet helemaal overtuigen. Daarvoor ontbrak er nog teveel poëzie in zijn tekstinterpretatie. Dat in tegenstelling tot Dichterliebe, waar hij wel goed de emotionele balans tussen de verschillende liederen vond.

Met één bisnummer, Du bist wie eine Blume, stuurde hij iedereen weer naar huis. Hopelijk duurt het niet weer elf maanden tot het volgende recital in deSingel...

Publicatie: zaterdag 17 oktober 2020 om 13:02
Rubriek: Liedrecital