Il Grand' Inquisitor

Katharina Konradi in Schwarzenberg

Voor de derde keer deze week zit Daniel Heide aan de Schubertiade-piano. Gisteren begeleidde hij Katharina Konradi.


(foto © Schubertiade Schwarzenberg)

De gevleugelde woorden "himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt" hoorden we ook drie keer gisteren. Het komt uit "Clärchens Lied" uit Goethes treurspel "Egmont". Freudvoll und leidvoll is het best bekend in de versie van Liszt, maar ook Beethoven maakte er een uitgebreid lied van, en Schubert heeft zijn versie Die Liebe genoemd. Daarmee zijn ook meteen de drie componisten van het recitalprogramma bekend.

Konradi zingt alles met een heldere, lichte en stralende sopraan. In Die Liebe, waarmee het recital opende, brengt ze subtiele kleurschakeringen aan tussen "freudvoll" en "leidvoll", en zorgt ze ook voor contrast tussen "himmelhoch jauchzend" en "zum Tode betrübt". Een opgewekte Seligkeit met "Freuden sonder Zahl" sluit er mooi op aan. Het programma lijkt geen grote eenheid te hebben, maar wel telkens bruggetjes van twee of drie liederen te slaan. De opgewektheid van Seligkeit horen we aanvankelijk terug in Die Forelle, waar ze haar stem voor de laatste strofe verdonkert en op die manier medelijden opwekt voor de gevangen forel. Na twee natuurliederen, Das Lied im Grünen en Im Haine, sloten ze het eerste Schubertblokje af met Der Zwerg.

In het Liszt-hoofdstuk hoorden we naast Freudvoll und leidvoll ook de Heine-ballade Die Loreley. Konradi legt treurnis in haar stem "was soll's bedeuten, dass ich so traurig bin", doet op expressieve manier het verhaal van de Lorelei uit de doeken tot de forte-climax "das hat eine wundersame, gewalt'ge Melodei" om voor de conclusie haar stem terug klein te maken en te concluderen "... das hat mit ihrem Singen die Loreley getan". Daarvoor had ze een viertal Franse liederen gezongen. Quand tu chantes, bercée was me onbekend, Liszt gebruikt wat veel melismen, maar Konradi zingt het in mooi en goed verstaanbaar Frans. Met Oh, quand je dors kan ze zelfs ontroeren.

Beethovens Freudvoll und leidvoll krijgt een vervolg met Die Trommel gerühret, ook uit "Egmont"... wat samen met An die Hoffnung en Ich liebe dich een homogeen groepje vormde. Na twee Schubert-waterliederen, Fischers Liebesglück en Auf dem Wasser zu singen, brengen ze een doorleefde Die junge Nonne waarin iets van spijt doorklinkt in de tweede strofe. Am Tage Aller Seelen evolueert van een stille eerste strofe, naar een stillere tweede en een nog stillere derde strofe, met een pianississimo "Alle Seelen ruhn in Frieden"... heel indrukwekkend. Daarna kregen we met Der Musensohn meteen al een eerste bisnummer nog voor het recital gedaan was. Voor de echte bisnummers bleven ze bij Schubert met Gretchen am Spinnrade en Liszt met Enfant, si j'étais roi.

Publicatie: vrijdag 29 augustus 2025 om 08:56
Rubriek: Liedrecital