Andrè Schuen in Schwarzenberg
Andrè Schuen en Daniel Heide openden de Schubertiade met een programma dat ze "Träume/Alpträume" genoemd hadden en waar we van droom naar nachtmerrie en terug geslingerd werden.
(foto © Schubertiade Schwarzenberg)
Ze hadden voor dat thema liederen uit het laatromantische repertoire uitgekozen met Strauss aan het begin en einde van het programma met Wagner en Zemlinsky ertussen. Bij de Strauss-liederen hadden ze ook een aantal onbekendere liederen geselecteerd... in het geval van Strauss is er meestal een goede reden waarom onbekende liederen best onbekend blijven. Zo kon het eerste lied, Frühlingsgedränge, mij weinig bekoren. Schuen geeft wel meteen aan in welke richting hij met zijn vertolkingen wil gaan met veel dynamische variatie, vaak in het piano. Hij eindigt het lied mezza voce, wat hij volledig doortrekt in Aus den Liedern der Trauer, of ook in het slot van Traum durch die Dämmerung met een lang uitgesponnen pianissimo "in ein blaues, mildes Licht". Daarna trippelen de elfjes vrolijk door Heides piano in Ständchen.
De Wesendonck-Lieder waren oorspronkelijk gepubliceerd als "Fünf Gedichte für Frauenstimme und Klavier", maar sinds een paar jaar weerhoudt dat mannelijke zangers er niet van om ook Wagners liedcyclus te zingen. Schuens vertolking kan best gecatologeerd worden als iets dat je nog nooit gehoord hebt in deze cyclus. Vooral door het laatste lied Träume past het in het thema van het recital, maar hij trekt dat gevoel door in de hele cyclus alsof hij in een droom leeft. Dat valt het meest op in Stehe still! en de manier waarop hij het lied eindigt. "Erkennt der Mensch des Ew'gen Spur, und löst dein Rätsel, heil'ge Natur" is vaak dé gelegenheid voor sopranen om even te tonen dat ze best wel over een tutti-Wagner-orkest kunnen brullen. Wagner schrijft "mit gesteigertem Vortrag" voor, maar Schuen zoekt ook daar nuances zodat het hoogtepunt bij "Rätsel" komt en een ingetogener slot een verheerlijking van de "heil'g Natur" wordt. Daarmee maakt hij een bruggetje naar de "Baldachine von Smaragd" van Im Treibhaus (wat trouwens ook heel mooi begeleid wordt door Heide) en de eerste Zemlinsky-liederen. Schmerzen is de eerste keer dat hij voluit forte zingt en daarmee "solche Schmerzen der Natur" tot een grootse climax brengt.
De Vier Gesänge van Zemlinsky (zijn opus 8) heb ik nog nooit gehoord, maar zijn wel de moeite waard. De eerste twee liederen op gedichten van Franz Arnold zijn eerder religieus getint. Het Turmwächterlied eindigt in een haast apocalyptische visie. De twee laatste gedichten van Detlev von Liniencron doen dan weer aan Wunderhorn denken: oorlogstaferelen van een stervende soldaat in Mit Trommeln und Pfeifen en in Tod in Ähren... dat mooi in een spannend uitgevoerd piano eindigt, waarna Heide nog een paar kanonschoten lanceert. Voor het slotgroepje zijn we terug op bekend terrein met favoriete Strauss-liederen. In Allerseelen vindt Schuen een andere stem voor "und wenn man's sieht, mir ist es einerlei", en brengt Heimliche Aufforderung met een zwiepende sensualiteit om met Morgen in rust en schoonheid te eindigen... ware het niet voor een paar bisnummers. Zueignung is het meest uitgevoerde bisnummer na een Strauss-programma, Schumanns Tragödie was iets origineler.
Wie het recital ook wil horen, kan op 13 september 's middags afstemmen op de Oostenrijkse radio Ö1...
Publicatie: zondag 24 augustus 2025 om 09:51
Rubriek: Liedrecital